Richard Barrett: The first time I heard Kees Tazelaar's music ("Depths of Field") I was struck by how polyphonic it was - in comparison with much of the (somewhat one-dimensional) electronic music one hears, it sounded almost like the austere complexity of a Renaissance master, but at the same time new and strange. Subsequently, other works such as "Apertures" and "E pur si muove..." (also new and strange, but always in different and increasingly subtle ways) have confirmed to me that Tazelaar is one of the few contemporary composers who confronts the electronic medium on its own terms, not as an extension to or substitute for more traditional compositional media, but as an independent world with its own possibilities and its own "laws of motion". Each Tazelaar work presents to the listener a journey through unfamiliar territory, through "spaces" which have little in common with the frontal emphasis and apparent need for "plausibility" with which most electronic music still betrays its roots in instrumental/notational thinking, but one in which the experience of creating connections and tracing evolutions for oneself is (for that very reason) a rewarding and illuminating process. It isn't music which reveals itself sensationally at the first hearing, but, like the most engaging music of all periods and in all media, draws one back repeatedly to contemplate its deceptive surfaces, its teeming complexities, its structural labyrinths, the depths of its (sound)fields.
Gottfried Michael Koenig: [...] Seit der Beendigung seines Studiums 1993 hat er eine Reihe elektronischer Kompositionen realisiert, die für eine grosse Affinität mit der Klangwelt der analogen elektronischen Musik zeugen. Nicht umsonst hat er bei Boerman, einem der Väter der elektronischen Musik in den Niederlanden, studiert, und nicht umsonst het er meine elektronische Komposition "Terminus 1" gründlich analysiert und darüber einen ausführlichen, noch nicht publizierten Bericht erstattet. Ich verdanke ihm auch die digitale Neufassung meiner im analogen Studio entstandenen Werke "Klangfiguren II" und "Terminus I".
Andy Hamilton in Wire van October 2006 over de CD "Kees Tazelaar - Electronic Compositions": Kees Tazelaar is an equally original composer from the contrasting pure electronic tradition, which traditionally avoids or rejects impressions of human and worldly sound production. His opening piece, Paradigma, may be close to the ethereal, drifting soundscape model, but the spatialised conversational gabble of Depths of Field No 3 goes strikingly against purist tradition. We're now at a point of development in electroacoustic music that allows historical referencing of the kind Tazelaar entertainingly develops, countering the problem of 'program change' that seemed to render older compositions obsolete.
Gregory Preston in Musicworks no.96, herfst 2006 over de CD "Kees Tazelaar - Electronic Compositions": [...] Paradigma is based on the Fibonacci sequence of numbers. The other tracks are unique in theme and sound palette, creating landscapes that exist for long stretches of time but do not unfold or reveal progressions in composition at first. The sounds themselves are of interest, from Paradigma's ethereal metallic electronics to the staccato bursts of hollow tubular electronics in Depths of Field no.3. The overall mix is wonderfully controlled, stark, spacious and bright - somewhat like listening in an empty building. The third track is of particular interest, as it consists of sounds of the body of a violin being scraped, tapped, and manipulated. The overall effect of Torso is wooden and organic, yet otherworldly. The works use variances in volume as a major aspect of the sound palette, the control of dynamics and tension, as well as stereophonic seperation. [...]
Frits van der Waa in de Volkskrant 6 maart 2006 over een concert in het Muziekgebouw aan het IJ: [...] Kees Tazelaar is het beter vergaan. In zijn Phalanxes stelt hij een driehoekig patroon van klankbronnen tegenover een vierkant. Dat werkte, hoewel veel bewegingen op microniveau ten onder gingen in het totaal. Net als Uijlenhoets werk biedt het stuk een te langdurige opstapeling van gelijksoortig klankmateriaal [...] Jochem Valkenburg in het NRC 6 maart 2006 over een concert in het Muziekgebouw aan het IJ: [...] Op het programma stonden vier zuiver elektronische composities die de ruimte in alle richtingen vulden, omcirkelden of doorkruisten. Er klonk werk van drie Nederlandse elektronici. Opvallend was de geheel eigen stijl van elk van hen. [...] In Phalanxes (2005) pakt Kees Tazelaar het experiment structureler aan. Een herkenbaar, terugkerend idee (een opeenstapeling van versnellende en vertragende ratelgeluidjes) ondergaat enkele gedaanteverwisselingen. Het wordt ineens bijna dierlijk, of klinkt alsof het van onder water komt - eigenlijk een beetje de elektronische versie van de aloude variatievorm. Roeland Hazendonk in de Telegraaf 6 maart 2006 over een concert in het Muziekgebouw aan het IJ: [...] Kees Tazelaar is een meester op het gebied van de inmiddels eigenlijk gewoon klassieke klanksynthese, waarmee hij grote doorlopende muzikale verhalen vertelt. Zijn "Phalanxes" bevat veel bijna toonloze ruisklanken, die opbouwen naar varianten waarin ze ineens als het ware tot leven komen doordat er wel een 'tonige' klank aan het uitgangsmateriaal wordt toegevoegd. Tazelaar werkt streng en consequent met maar heel weinig middelen, maar maakt daarmee wel een degelijk een groots symfonisch verhaal.
Anthony Fiumara in Trouw 6 november 2004: [...] In deze krant schreef ik onlangs over de weelderige box met toegepaste elektronische muziek ('Popular Electronics', Basta 30.9141.2), waarvoor Tazelaar als een echte restaurateur de banden uit de beginjaren van Philips' Natlab ontsloot. Op deze NEAR-cd is hij zelf componist, voortbouwend op de verworvenheden van de elektronische muziek vanaf het midden van de twintigste eeuw. Maar ook op het serialisme, zonder dat hij zich daarbij blindstaart op louter technieken. Tazelaars tegelijkertijd krachtige en verfijnde taal doet veeleer denken aan een componist als Iannis Xenakis, zonder dat de werken van de Nederlander overigens 'lijken op'. Nee, de overeenkomst zit hem veel meer in het gevoel voor vorm, balans en klankverfijning. En trekt je als luisteraar vanaf het eerste moment mee in een hoogst persoonlijk landschap. Wat dat betreft is 'Paradigma' uit 1993 een prachtige cd-opening. Op de ruïnes van een streng fundament richt Tazelaar daarin een gonzend bouwwerk op. Punten worden lijnen in de tijd en blijken verbonden met andere lijnen, die samen een magische ruimte oproepen. De verstilling in 'Paradigma' vindt een spannend contrapunt in de korreligheid van 'Torso'. Tazelaar is een componist van grote klasse.
Erik Voermans in Het Parool 9 maart 2004 over de CD "Kees Tazelaar - Electronic compositions": [...] Valt schrijven over muziek al niet mee, schrijven over elektronische muziek is vanwege haar totale abstractie en computertechnologische constructieve oorsprong nog een graadje ingewikkelder, willen we althans niet vervallen in beschrijvingen als die van toelichter Richard Barrett: 'Paradigma is een sonoor bouwwerk dat uit elkaar kruisende velden en vlakken bestaat.'
Maarten Brandt in De Gelderlander 16 maart 2004 over dezelfde CD: [...] Richard Barrett wijst in zijn voortreffelijke toelichting niet voor niets op fascinerende verbanden tussen de complexe meerstemmige muziek van Ockegem en en het werk van Tazelaar. Beide muziekvinders hebben ongetwijfeld met elkaar het voelbaar maken van oneindigheid gemeen. Daar doet het feit dat hun taal en vocabulaire wezensverschillend zijn geen afbreuk aan. Zinnenstrelende sonoriteiten, zoals in Paradigma, gaan in Tazelaars pakkende en poëtische muziek naadloos samen met een weerbarstigheid waarin de liefde van deze componist voor Xenakis geenszins vreemd is. Een ander en deels in het verlengde hiervan liggend kenmerk is dat een lijfelijke impact en een hoge graad aan vergeestgelijking elkaar niet uit- maar insluiten, getuige bijvoorbeeld Torso. Verder op deze superieur klinkende cd Depths of Field no.3 en E pur si muove...[...]
Frits van der Waa in de Volkskrant van 8 april 2004: [...] De vier werken op deze CD getuigen van de ontwikkeling die hij in 10 jaar tijd heeft doorgemaakt, waarbij hij telkens nieuwe grenslijnen heeft overschreden, maar zich van het begin manifesteert als een man van de grote vorm. De getijdenbewegingen van zijn Paradigma uit 1993 contrasteren sterk met drama en de vernevelde klanken van zijn E pur si muove... uit 2001, maar toch is dezelfde ordenende hand steeds herkenbaar.[...]
Paul Janssen in Mens en Melodie 2/6 2004: [...] Tazelaar, tegenwoordig docent aan het Instituut voor Sonologie in Den Haag, combineert in werken als Paradigma en Torso best of both worlds en speelt met onheilspellende klanken waar Boerman patent op leek te hebben. Door zijn benadering van de klank, zijn gevoel voor vorm, opbouw en klankbewerking krijgen zijn composities inderdaad een klassiek allure.[...]
Kees Polling in Gonzo van april-mei 2004 [...] Kees Tazelaar doet dat heel anders. Zijn muziek toont een sterk historisch besef, niet alleen vanwege zijn verwijzingen naar oude (in het licht van de elektronische muziek prehistorische) werkmethoden, maar ook vanwege de klankkwaliteit die hij nastreeft. Zo heeft Paradigma (1993) een Jan Boerman-achtige esthetiek (geen wonder, gezien het feit dat Tazelaar bij Boerman studeerde). Je zou het bijna mooie muziek kunnen noemen. En verraad de wijze waarop klanken transformeren in Depths of Field no.3 (1997) de invloed van G.M. Koenig (oud artistiek directeur van het Instituut voor Sonologie).[...]
Ernst Vermeulen in NRC Handelsblad 27 december 2000 over een concert in Ekko, Utrecht: "Elektronische muziek hoeft niet meer te schreeuwen" [...] Kees Tazelaar volgt veel strikter het idioom van zijn leraar Jan Boerman. Apertures (Openingen) in lange éénstemmige lijnen blaast de vorm op tot een reusachtig bouwsel met de pianoklank herkenbaar in begin en eind. Hoewel minder persoonlijk begint Apertures naar het eind toe wel degelijk te gloeien. [...]
Peter Bruyn in Utrechts Nieuwsblad 21 december 2000 over hetzelfde concert: Het veel langere 'Apertures' van Kees Tazelaar, dat na de pauze z'n première beleeft, daarentegen, is ondanks de evenwichtige opbouw en talloze omhulde stiltes zo traag, dat het wel heel veel van de luisteraar vergt.
Frits van der Waa in de Volkskrant van 5 juli 2001 over de "His Master's Noise" CD op BV Haast: [...] De door Kees Tazelaar gemaakte digitale reconstructie van Klangfiguren II van Gottfried Michael Koenig laat nog eens horen wat een boeiende ontdekkingen er in de jaren 50 op dit gebied gedaan werden. En dan is er een schitterend miniatuurstukje van György Ligeti, met de meest wonderlijke verglijdende sinusclusters, dat al uit 1958 stamt, maar destijds niet realiseerbaar was en pas in 1996 door Tazelaar en Johan van Kreij tot klinken is gebracht. [...]
Maarten Brandt in het Oktober nummer (2001) van het tijdschrift "Luister" over de "His Master's Noise" CD op BV Haast: [...] Wat vooral blijkt uit de op de cd vertegenwoordigde stukken is dat er binnen de internationale en nationale elektronische muziek beduidend minder sprake van modegevoeligheid was dan bijvoorbeeld in het instrumentale componeren van ons land. Bij alle verschillen tussen de hier opgenomen en door Tazelaar en Boehmer uitmuntend verdoekte registraties, klinkt ons onafgebroken een kolossale creatieve gedrevenheid en een dito verbeeldingskracht tegemoet. [...] Heel fascinerend is het ook om de verwantschappen tussen Koenigs sobere en indringende Klangfiguren II en Tazelaars haast symfonisch overkomende Pier en Oceaan te ondergaan, dat je bijna als een - in de goede zin - romantisch vervolg op Koenig kunt zien, omdat Koenigs procédés duidelijk hun sporen bij Tazelaar (die regelmatig nauw met Koenig heeft samengewerkt en ook intens bij de reconstructie van diens Klangfiguren II was betrokken!) hebben achtergelaten. [...]
Winand van de Kamp in de Haagse Courant over de premiere van Sternflüstern tijdens het "Festival in de Branding", oktober 2003: [...] Het tegenovergestelde gebeurt in 'Sternflüstern' van Kees Tazelaar. Daar komen helemaal geen musici aan te pas (bedankt, Winand). Ook geen beelden trouwens. Tazelaar bestookt de luisteraar met een bombardement van rondzingende, elektronische geluiden. Het oor zoekt naar patronen en herkenningspunten, denkt even een krassende vogel te ontwaren, een donderslag in de verte of het zuchten van de wind, maar vindt weinig houvast. [...]
Richard Ayres: "If he'd written for orchestra we would call him a symphonist - that's not a comment on his musical style, but a description of the scale of his musical thinking."
Paul Obermayer: Taking his cue from and extending the pioneering ideas of Gottfried-Michael Koenig, Kees Tazelaar has made some of the most impressive and powerful tape pieces by any composer during the last ten years. His uncompromisingly abstract sound-world, systematic compositional procedures and meticulous production techniques make him a true heir to the achievements of the so-called Cologne School of the 1950s and 60s. It is hard to imagine Karlheinz Stockhausen's concept of "alien beauty" being pursued more single-mindedly.
Carla Scaletti, president of Symbolic Sound on the use of Kyma in "E pur si muove...": I've just been to your site to listen. Impressive! Especially when you read the description of the algorithm and the relative simplicity of the individual elements, it comes as an impressive surprise when you play the excerpt that the sounds results are so rich and complex. Bravo!
Ingvar Loco Nordin in a review on the Sonology double CD: Beginning with two lines of sound, one modular, one brute, the piece moves into a shuddering, breathing solution of worries and vulnerability. Brittle glass worlds fall in dangerous proximity of the earlier mentioned works by Michael Obst, and not too much lets on that this is a completely new work, and I think that speaks in favor of the piece.
|